Zondagavond. Half uurtje rijden , de polder in. Pracht slootjes of weteringen, wat je wilt. Verderop is een splitsing en dat bevalt me wel. Is een stukje lopen door het gras langs de weilanden, langs de koeien.
Onderweg zie ik zeelt paaien en enkele hoog zwemmende karpers.

Op de splitsing aangekomen kies ik een diep stukje water en voer daar. Iets verderop maak ik een voerstekje links van mij voor de tweede hengel: een freeliner. Ik heb twee hengels van north western bij me die hier niet misstaan. De freeliner is een 1,75 lbs Carbon kevlar hengel, die helemaal krom kan gaan, en die is  voorzien van een oude Browning molen. De andere een 1,5 lbs carbon kevlar hengel met Okuma centrepin en 1,5 grams dobber.

Aan de penhengel zet ik twee maïskorrels, aan de freeliner een hondenbrok met elastiek op de haak. Ik leg de penhengel in en draai me om zodat ik de freeliner in kan leggen. In een ooghoek zie ik de dobber al wegtrekken: drillen, de eerste zeelt is een feit. In het net, op de onthaakmat meten, klaar. 53 cm.

Ik was nog niet klaar met de freeliner en zet de slip losser. Maar goed ook want de vis neemt lijn en de slip tikt door. Tikje voor de zekerheid, zeelt!
In het net, onthalen, meten, terug. 58 cm. Twee hengels om opnieuw in te gooien, het gaat goed.

Een tijdje zie ik vis cruisen: zeelt, karper waaronder enkele hele mooie van dik 20 pond, maar ook scholen brasem met duidelijke witte paaiuitslag op de kop. Verderop paaiende zeelt en onrustig zwemmende zeelten op zoek naar paaiende groepjes. Een dikke pad zit naast mijn maïsvlokken en kijkt mij meewarig aan. Kwak zegt deze en springt de plomp in.

Ik vang op de pen een rustig karpertje van 53 cm en die gaat eer terug.

Onder mijn voeten ligt een karper doodstil tegen de kant aan, ik bewonder haar, zeker 90 cm en DIK! De pen beweegt heen en weer, wellingen naast de dobber verraden azende vis. De stek is een gat tussen wiervelden in en is 1,2 meter diep. Een meter verderop is het 1,5 meter. Ik wou stoppen maar ging toch nog even door op een plekje onderweg naar de auto.

De pen komt omhoog en zakt in de diepte. Mooi he, die liftmethode. Tik en het water ontploft. Karper deze keer en groter dan wat ik eerst zag. In het net en op de mat. Meten en terug.
Ik probeer het nog even. De freeliner hoor ik, de slip tikt en tikt. En ik tik ook, al zittende op de onthaakmat. Ik sta op en sla aan en zie de karper een spurt nemen. Een twintiger! Voor het net schiet hij los. De vis was gehaakt in een vin en ontwikkelde zo extra krachten, die echter goed opgevangen zijn door de krachtige north western hengel. De lijn brak door een onbekende obstakel onder water.

Vlakbij de auto kolken, geen paaiende vis maar vretende karper. Pennetje erbij 55 cm schub.

Zonde van die grote. Maar ik mag niet klagen. Vier vissen in bijna 2,5 uur tijd in de polder. Lekker, binnenkort weer. 🙂

Advertenties